16. Springen

[lgc_column grid=”50″ tablet_grid=”50″ mobile_grid=”100″ last=”false”]

Aandachtspunten:

  • Met twee voeten afstoten
  • Handen staan weg van het lichaam gericht
  • Klein bolletje tot bij de landing
  • Draai wordt ingezet door de achterste hand
[/lgc_column]
[lgc_column grid=”50″ tablet_grid=”50″ mobile_grid=”100″ last=”false”]

Materiaal:

  • Obstakels mogen niet hoger zijn dan de heuphoogte
  • Obstakels mogen niet scherp of glad zijn maar vooral stevig
  • Voorbeelden: speeltuigen, bank, muur, omgevallen boom, …

[/lgc_column]


Niveau 1

[lgc_column grid=”30″ tablet_grid=”40″ mobile_grid=”100″ last=”false”]
Spring met twee voeten tot op een obstakel en spring eraf in een klein bolletje.

Herhaal enkele keren
[/lgc_column]
[lgc_column grid=”70″ tablet_grid=”60″ mobile_grid=”100″ last=”false”]

[/lgc_column]


Niveau 2

[lgc_column grid=”30″ tablet_grid=”40″ mobile_grid=”100″ last=”false”]
Spring met twee voeten tot op een obstakel en maak een halve draai (de draai wordt ingezet door achterste hand) bij het eraf springen.

Herhaal enkele keren
[/lgc_column]
[lgc_column grid=”70″ tablet_grid=”60″ mobile_grid=”100″ last=”false”]

[/lgc_column]


Niveau 3

[lgc_column grid=”30″ tablet_grid=”40″ mobile_grid=”100″ last=”false”]
Spring in één vlotte beweging over het obstakel zonder draai.
Spring in één vlotte beweging over het obstakel en maak een halve draai.

Herhaal enkele keren
[/lgc_column]
[lgc_column grid=”70″ tablet_grid=”60″ mobile_grid=”100″ last=”false”]

[/lgc_column]


Bekijk de algemene instructievideo